FAQ

Hier vindt u de meest gestelde vragen en antwoorden over Slaapstraat.

Vragen over: Training

Waar kan ik de filmpjes van de training terugkijken?
Op de website, in de bibliotheek staat een link naar onze YouTube pagina waar alle filmpjes gecategoriseerd terug te vinden zijn.
Hoe kun je een training inhalen?
Meestal lukt het om bij een volgende training aan te sluiten en daar de training in te halen. Geef het even aan als je (nieuwe) collega's hebt die je wilt laten nascholen. Meestal kan dit kosteloos.
Kan de slaap(oefen)therapeut ook aansluiten bij de training?
Jazeker, juist iedereen die al iets omtrent slaapproblemen doet, wordt van harte uitgenodigd om aan te sluiten zodat jullie samen kunnen afstemmen hoe je in praktijk of wijk of regio wilt samenwerken rondom slaap.
Kan de training ook (deels) als e-learning?
Wij onderzoeken de mogelijkheden om dit te kunnen aanbieden.
Waarom is de training voor de gehele praktijk
Slaapstraat implementeren in de praktijk is een gezamenlijke inspanning voor het gehele team. Hoe meer collega's gefocust zijn op Slaapproblemen en weten wat zij te bieden hebben, hoe groter de kans dat de implementatie lukt. Bovendien is de algemene nascholing over slaap vrijwel altijd voor alle mensen een verdieping voor hun werk, bijvoorbeeld ook voor POH-S en assistentes.

Vragen over: Overig

Hoe zit dat nu met cafeine?
Het nemen van te veel cafeïne kan nadelige effecten hebben, zoals rusteloosheid, angstgevoelens, slaapproblemen of hoofdpijn. Wat te veel is, verschilt per persoon.Gemiddeld krijgt een man ongeveer 600 milligram cafeïne binnen per dag, en een vrouw zo’n 500 milligram. De meeste gezonde volwassenen krijgen daarvan geen klachten. Bij een slaapstoornis wordt geadviseerd cafeïne bevattende producten na 18.00 uur ter vermijden. Wel kan cafeïnevrije koffie, bambu ‘koffie’, kruidenthee zoals kamillethee, rozenbottelthee, pepermuntthee, rooibosthee en zoethoutthee, verse gemberthee of muntthee, melk, karnemelk of water gedronken worden. Frisdranken en vruchtensappen hebben geen invloed op de slapeloosheid, maar bevatten wel veel suikers.
Wat zijn best practices voor het slagen van Slaapstraat in mijn praktijk?
  • Maak iemand met affiniteit met het project verantwoordelijk.
  • Zorg voor een goede aansturing van het assistente team.
  • Laat patienten weten dat ze zich kunnen melden met Slaapproblemen, als er meer mensen komen met een slaapprobleem, maak je de methodiek sneller eigen.
  • Agendeer maandelijks op een praktijkoverleg de Slaapstraat.
  • Zorg dat je met elkaar succesverhalen uitwisselt.
  • Zoek samenwerking met eerstelijn zorgverleners die interventies kunnen toepassen.
  • Als er goed gediagnosticeerd wordt is er al ontzettend veel gewonnen! Behandeling is ook van belang, maar is niet per se alleen aan de huisarts.
  • Betrek je POH GGZ goed bij dit project, laat hem of haar eventueel nascholen bij Kempenhaeghe of elders.
  • Begin er alleen aan als een meerderheid van de huisartsen echt gemotiveerd is.
  • Stel niet te lang uit na de training, ga direct aan de slag zodat de theorie niet wegzakt.
  • Vul zelf een slaapdagboek in een paar dagen als je dat nog niet gedaan had.
  • Laat altijd minimaal 1 proefpatient de logistiek doorlopen en zo mogelijk zelfs een consult doen.
  • Zoek hulp als je vastloopt. Stel niet uit, laat niet liggen. Van uitstellen komt helaas afstellen. Vraag collega's of ons van Slaapstraat of consulteer een specialist.
  • Als patienten afhaken, twijfel dan niet aan de methodiek. Wel kan het zijn dat laaggeletterdheid parten speelt. Of motivatie. Maar bedenk elke keer dat u iemand includeert voor de Slaapstraat stelt u op zijn minst het voorschrijven van benzodiazepinen uit (waar het in veel gevallen op zo'n moment wel al voorgeschreven was.)!
  • Om het afhaken zoveel mogelijk te voorkomen, direct een terugkomafspraak inplannen bij het meegeven van het slaapdagboek.
  • Zorg de eerste paar keer dat je het slaapdagboek en de vragenlijsten voorafgaand aan het consult al even hebt kunnen bekijken.

Vragen over: Diagnose stellen

Langdurige slaapklachten worden soms gedefinieerd als langer dan 3 weken en soms als langer dan 3 maanden. Hoe zit dat?
In de internationale richtlijn omtrent slaapstoornissen, de ICSD-3, en tevens in de DSM-5 wordt een periode van langer dan drie maanden aangehouden voor de diagnose chronische slapeloosheid. In de NHG-standaard wordt slapeloosheid opgedeeld in kort en langer bestaand bij een periode van meer dan drie weken. Kempenhaeghe hanteert de volgende classificering, waarin de tussenliggende periode ook terug komt: - acute slapeloosheid: < drie weken - langdurige slapeloosheid: > drie weken - chronische insomnia: > drie maanden Mensen met slaapstoornissen die langer dan drie weken persisteren en minder dan drie maanden kunnen laagdrempelig in de eerste lijn behandeld worden. Voor tweedelijns behandeling is het nodig dat de slaapstoornis langer dan drie maanden optreedt. Het advies voor Slaapstraat praktijken voor inclusie is als volgt: “Ik zou adviseren in eerste instantie alleen patiënten met klachten die langer dan drie maanden bestaan te includeren in de Slaapmeetweek, omdat de Holland Sleep Disorders Questionnaire (HSDQ) gevalideerd is voor deze populatie. Dit betekent natuurlijk niet dat mensen die korter klachten hebben niet welkom zijn natuurlijk.” Bart van Pinxteren, huisarts stuurgroep Slaapstraat
Welke medicatie heeft als bijwerking slapeloosheid?
Het is zinvol voor huisartsen om bij de anamnese alert te zijn op medicatie die slapeloosheid als mogelijke bijwerking heeft. Middelen waarbij dit vaak voorkomt zijn corticosteroïden (prednison), alle SSRI’s (paroxetine) en NSSRI’s (bupropion). Slapeloosheid komt in sommige gevallen ook voor bij het gebruik van bètablokkers (metoprolol) , PPI’s (omeprazol) en TCA’s (amiptryptiline). Verder is het wijs om het recreatieve gebruik van cannabis, cocaïne, speed en XTC goed uit te vragen, aangezien dit ook van invloed kan zijn op het slaap-waakritme.
Wat is welke slaapstoornis ook alweer?
In de bibliotheek staat ook een link naar ons YouTube kanaal, daar staan alle filmpjes vanuit de training om terug te kijken. Je vindt daar uitleg over diagnose van en tevens over behandeling van de 6 meest voorkomende slaapstoornissen: Insomnie Circadiane Ritmestoornissen Parasomnie Hypersomnie Restless Legs Slaapapneu / OSAS
Ik heb een ingewikkeld slaapdagboek voor me, hoe pak ik dit aan?
We proberen voor alle Slaapstraat praktijken eenvoudige consultatiemogelijkheden te faciliteren in de 2e of 3e lijn. Als een praktijk toegang heeft tot KSYOS, dan is het redelijk eenvoudig. Soms kan het ook via Zorgmail bijvoorbeeld.
ISI en Slaapevaluatielijst
Deze 2 termen worden door elkaar gebruikt. Het betreft echter dezelfde lijst: de Insomnia Severity Index waarmee je vooraf, tijdens en na behandeling de ernst van de klachten kunt vaststellen. De vragenlijst is te vinden in onze bibliotheek.
Ik kan de vragenlijst nergens meer vinden!
In de bibliotheek op de website staan alle vragenlijsten om te downloaden of uitprinten.
Hoeveel tijd kost het een huisarts extra per patient?
Het werk van de huisarts in de Slaapstraat is te verdelen in de tijd tot het komen van een diagnose en de tijd die een huisarts eventueel spendeert aan behandeling van een patient met een slaapprobleem. Om tot een volledige diagnose en vervolgbeleid te komen heeft een huisarts 2 keer een dubbelconsult nodig.

Vragen over: Behandeling

Wat is het verschil tussen CGT en CGT-i?
Cognitieve gedragstherapie (CGT) wordt, afhankelijk van de vooropleiding van de POH-GGZ, soms kortdurend toegepast in de huisartsenpraktijk. Bij CGT-i slaat de i voor de verdieping op insomnia (slapeloosheid) en bestaat uit adviezen over psycho-educatie, gebruik slaapdagboek, stimulus controle, slaaprestrictie, ontspanningsoefeningen en cognitieve therapie. Bij patiënten met langer durende slapeloosheid is aangetoond dat deze gecombineerde aanpak op langere termijn effectiever is dan behandeling met slaapmiddelen. Al weten we wat ons te doen staat, in Nederland is CGT-i behandeling nog onontgonnen gebied. Dit geldt met name in de eerste lijn, maar ook verwijzing naar de tweede lijn voor CGT-i is door minimale vergoeding beperkt beschikbaar. Gelukkig is er steeds meer mogelijk binnen de eerste lijn. Er wordt momenteel bijvoorbeeld geëxperimenteerd met een POH-GGZ-i in de regio en laagdrempelige consultatie van een tweedelijns somnoloog. POH-GGZ kunnen het Hulpboek Slapeloosheid van Ingrid Verbeek aanschaffen Dit is een zelfhulpboek bedoeld als leidraad voor POH GGZ en niet als nascholing. De POH-GGZ kan ook goed ondersteund worden bij het geven van Slaaptherapie middels E-therapy. Er zijn meerdere mogelijkheden zoals iSleep of bijvoorbeeld de online module via Therapieland. Wil je nascholen in Slaaptherapie voor de eerste lijn: Kempenhaeghe geeft twee keer per jaar een nascholing voor POH-GGZ in Heeze.

Vragen over: Implementatie

Slaapstraat komt niet van de grond bij ons
Implementatie kost tijd en aandacht. De theorie in de training is geen rocket science, maar het is wel nieuw en wordt niet dagelijks toegepast. Het duurt dus langer eer je een routine erin hebt. Er is binnen het team voldoende draagvlak of energie nodig. Mensen die eerst aan boord waren, maar zijn afgehaakt, die zouden bevraagd kunnen worden waarom ze afhaken. Meestal is er wel hulp of juist geruststelling nodig. Soms heb je 2 patienten die beiden niet terugkomen. Of er raakt iets kwijt. Zulke kleine dingen kunnen al heel frustrerend zijn en reden om uit te gaan stellen en uiteindelijk af te haken. Roep de mensen bij elkaar, ga langs, vraag en help. En neem contact met ons op. Wij willen ook helpen om te kijken wat er nodig is of hulp bieden. Het kan echt, andere praktijken lukt het ook! Maar het heeft tijd nodig, reken op zo'n 1,5 jaar aan aandacht en bijsturen en oefenen.
Hoe lang duurt de implementatie?
Na de laatste trainingsavond kan de praktijk in principe aan de slag. Afhankelijk hoe snel de logistiek klaar kan zijn. Daarna zal in het begin per huisarts waarschijnlijk 1 tot maximaal 2 patienten voor de Slaapstraat geincludeerd worden per week. Na 3 maanden is de terugkombijeenkomst. Gemiddeld zijn er dan zo'n 3-4 patienten per huisarts gediagnosticeerd en daarvan 1-2 behandeld of verwezen. Maar er zijn dan ook nog een aantal huisartsen die nog niet gestart zijn of het te ingewikkeld vonden en afgehaakt zijn. Meestal lukt het dan na de terugkombijeenkomst een aantal om toch ook nog op te starten. Na 1,5 jaar zijn meestal alle collega's eigen met de methodiek en is Slaapstraat reguliere zorg geworden. Gemiddeld includeert een huisarts dan zo'n 20 patienten per jaar voor de Slaapstraat.
Wij hebben geen praktijkmanager, is dat een probleem?
Voor een goede implementatie is het belangrijk dat iemand een kartrekkersrol op zich neemt. Iemand met tijd om de collega's te bevragen, te helpen, de faciliteren, te installeren, etc. Bij voorkeur iemand met affiniteit voor dit project en tevens iemand die zaken op de agenda kan zetten en dingen voor elkaar kan krijgen.

Vragen over: ICT

Is het verzenden van de vragenlijsten AVG proof?
De methodiek voorziet erin dat de gegevens geanonimiseerd verstuurd worden (via Formdesk) of beveiligd (via KSYOS).

Vragen over: Communicatie

Laaggeletterde patienten
Veel achterstandspraktijken worstelen met de vragenlijsten en tevens het Slaapdagboek. Deze middelen worden zo allemaal aangeboden in de 2e en 3e lijn, maar in de 1e lijn bereiken we kennelijk met name meer mensen met Slaapproblemen en daarom ook een grotere groep laaggeletterden. We proberen waar mogelijk mee te denken en formulieren te ontwikkelen die zo min mogelijk tekst bevatten. We staan ook open voor tips en suggesties hieromtrent.